• toon alles
  • Artikelen
  • Boeken
  • Publicaties
Nederland in conflict sinds 1795
Nederland polderland, zo staat ons politieke klimaat nog altijd bekend. Maar klopt dat imago wel? De dood van Pim Fortuyn en de aanslag op de Twin Towers leidden een periode van zichtbaar onbehagen in de samenleving in. Beleidsmakers en journalisten hadden tal van verklaringen. Van een ‘multicultureel drama’ tot globalisering en de politieke vervlechting van Europa: het eerder zo stabiele Nederland zou in korte tijd op drift zijn geraakt. De twaalf historici in deze bundel laten zien dat het ‘succesverhaal’ van onze stabiele natie eigenlijk altijd al rafelranden had. Volgens hen is conflict een centraal kenmerk van de Nederlandse politiek. Terwijl in eerdere publicaties vooral aandacht was voor de vermeende oorzaken van ‘de kwaal’ die onbehagen heet, staat in deze bundel de manier waarop Nederlanders door de jaren heen met onbehagen zijn omgesprongen centraal.
A Critical Comparison of the Dutch, Scandinavian, Swiss, Australian and Irish Cases versus Germany and the United States
The very positive economic and particularly employment development that took place in the decade up to 2001 (or even longer) in Denmark, Ireland, the Netherlands, Australia and, since the second half of the 1990s, Finland and Sweden has been at the centre of much recent discussion in comparative political economy. Because this development contrasts markedly with near stagnation in France, Germany and Italy, it has been characterised in terms of ‘miracles’ and ‘models’. The Netherlands and Denmark attracted the most attention because their strong employment growth and employment stabilisation at very high levels, respectively, occurred in the framework of welfare systems that are still comparatively generous and that clearly differ from the usa and the uk. In the latter two countries, high employment and low unemployment went together with levels of inequality and poverty not (yet?) acceptable in the northwest of the European continent.
A History of Western Political Thought
This is an old-fashioned history of political thought. It gives an account of great texts. These texts are chosen either because they are great in themselves or because they have influenced other texts or the world. I have no particular story-line. I did try to keep one going, but it refused to work except intermittently. I began to try to write a history of political thought from the bottom up, so to speak, concentrating on the ruled as well as upon rulers. It has always struck me that there has never been enough attention paid to the nature of the people—sometimes the crowd, sometimes the mob—who are to be ruled. A particular thinker’s view of the raw material of government is bound to affect what that thinker thinks rule can and should be like.
Questioning the Polder Model Concept
Prak and Van Zanden’s book Nederland en het poldermodel offers a succinct and vigorous account of a millennium of Dutch political economy by organising its development around the concept of the ‘polder model’. This assessment finds much to admire in the book, but subjects the polder model concept to critical questioning, among which: Does the polder model foster economic growth or does it simply require a rich society in order to function? Is the polder model specifically Dutch or broadly European? Is its modern form truly a linear descendant of the corporate bodies of earlier times? Is it really a ‘nursery of democracy’ or simply a ‘hothouse of rent seeking’? As an historical concept the polder model is a more elusive term than appears at first sight.
De economische en sociale geschiedenis van Nederland
Nederland is een rijk land, met een egalitaire samenleving. Historisch onderzoek heeft aangetoond dat die kenmerken ver teruggaan in de tijd. Een ander kenmerk van de Nederlandse samenleving was en is het overleg dat overal en voortdurend gevoerd wordt en werd - het 'poldermodel' is misschien wel duizend jaar oud. In Nederland en het poldermodel worden de opkomst en ontwikkeling van dit vaak als typisch Nederlands omschreven overlegmodel gevolgd in een wereld die voortdurend veranderde. Van een overwegend agrarische maatschappij ontwikkelde Nederland zich eerst tot een commerciële en vervolgens tot een geïndustrialiseerde natie. Tijdens die tien eeuwen is Nederland uitgegroeid tot een van de meest welvarende landen ter wereld. Hoe dat kon gebeuren, en welke rol het poldermodel daarbij speelde, is het onderwerp van Nederland en het poldermodel.Maarten Prak en Jan Luiten van Zanden werden in 1992 samen benoemd op de leerstoel economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, een plek die zij nog steeds bezetten.
A New Interpretation of Dutch Economic and Social History
The book Nederland en het poldermodel [The Netherlands and the Polder Model] is a commendable effort to present a new, theory-informed interpretation of the economic and social history of the Netherlands of the last thousand years. However, this review questions the supposed causal relationship between civil society (‘polder model’) and economic growth. The authors assume that economic growth emanates from a vibrant civil society and that likewise economic decline coincides with a weakening of civil society. Upon closer inspection however, their concepts seem to be imperfectly related to the theories they claim to use as inspiration. The supposed waning of civil society after 1670 and after 1815 is not substantiated by historical facts either. Their thesis would have benefited greatly from a comparative analysis, both spatially and in time. The rather haphazard use of the term ‘civil society’ precludes convincing conclusions over time, while an international perspective is lacking altogether – a sadly missed opportunity.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor de advisering over en de ontwikkeling van het regeringsbeleid op het gebied van de arbeidsverhoudingen met inbegrip van de aanvullende pensioenen. Vanuit die verantwoordelijkheid ontwikkelt het ministerie beleid voor een flexibel instrumentarium voor moderne arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Het gaat hierbij om het geheel van werkrelaties tussen werknemers en werkgevers en hun relatie tot de overheid. Het ministerie geeft vorm aan dit deel onderdeel van het overheidsbeleid op terreinen als arbeidsrecht, arbeid en zorg, collectieve arbeidsvoorwaardenvorming, pensioenen en levensloop. Om inzicht te krijgen in de effectiviteit en doelmatigheid van het beleid op het terrein van de arbeidsverhoudingen heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in 2007 besloten een beleidsdoorlichting uit te voeren.
Sociale en economische geschiedenis van de laatste 1000 jaar
In De wereld en Nederland wordt de Nederlandse geschiedenis in een wereldwijd kader geplaatst. Dit is het eerste handboek waarin de sociale en economische geschiedenis van de wereld en Nederland vanaf 1000 tot heden als een samenhangend geheel wordt beschreven. De veranderingen in de wereld en in Nederland, en de verbanden daartussen, zijn het centrale onderwerp van dit boek. Hoe zijn grote veranderingen als economische groei, staatsvorming, verstedelijking, secularisering en globalisering verlopen? Hoe zijn ze te verklaren? Hoe hebben mensen ze beleefd? Waarom is 'het Westen' op een bepaald moment een toonaangevende rol in de wereld gaan spelen? Hoe belangrijk is de Europese eenwording in die globalisering? En ook: in hoeverre is Nederland in al deze ontwikkelingen een speelbal of juist een spelbepaler geweest?
‘Nederland en het poldermodel’
Endless rounds of meetings are not everybody’s ideal of efficient decision-making: but in the Netherlands since a hallmark event, the 1982 tripartite agreement on macro-economic policy between the Dutch government, employers’ organisations and the labour unions, institutionalised talks are considered the warp and the weft of the country’s social fabric and the key to its economic success. The Wassenaar Accord has come to represent a supposedly typical Dutch way of dealing with major issues confronting society through slow processes of consensus building in which parties learn to give and take. In a curious transposition of a stereotype formerly favoured only by tourists, the terms ‘polderen’ or ‘poldermodel’ for such processes betray their presumed origin, the need to weld very different social groups together in the country’s running battle against flooding.
Crisis Rhetoric and Welfare State Reform in Belgium and the Netherlands in the Early 1990s
In the struggle by European welfare states to overcome recession during the 1980s, two countries in particular lingered behind. The Netherlands and Belgium exemplified the pathology of ‘welfare without work’ that characterized continental welfare states. In their enduring attempts to improve their macro-economic and financial situations, both states were largely un- able to tackle their most pressing social policy problems. In Belgium, the to- tal unemployment benefits covered income transfers for approximately one million people – roughly one-tenth of their population. Likewise, in the Netherlands roughly one million of the country’s 16 million people received disability benefits. These respective programs were responsible, in large part, for the countries’ high inactivity rates. They represented the Achilles’ heels of their social security systems.
national social models in transitional labour markets
Aggregate and individual data are used to test the association between employment performance and different ways of reconciling flexibility and security in European labour markets. Particular use is made of statistics on individuals’ labour market transitions as revealed by national labour force surveys. The article compares the performance of three basic forms of labour market institutions: the uncoordinated liberal, or neoliberal one; flexisecurity; and the traditional welfare state model of labour security. The findings confirm the importance of coordinated collective bargaining and of values and trust.
Changing Risks and the Future of the Welfare State
The extensive literature on risk, risk society and the welfare state sug- gests that fundamental transformations are taking place that affect the social solidarity (Taylor-Gooby 2004, 2011) and the class compromise (Baldwin 1990) on which the welfare state rests. Post-industrial society produces new social risks (Bonoli 2004) that are not covered or can even be aggrevated (Cantillon, Elchardus, Pestiau and Parijs 2003) by the tra- ditional risk protection programmes of the welfare state. Modern risk society (Beck 1992) is characterised by a new logic of social production of risks in which the welfare state itself has become a producer of risks, because it perversely affects the structure of employment, family life and marriage. Diversity, flexibility and uncertainty are increasing in social re- lations but also at the level of ideas.
Op de burg tussen wetenschap en politiek
Het voorliggende boek, onder redactie van Paul den Hoed en Anne-Greet Keizer, bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt een beeld geschetst van het ontstaan en de ontwikkeling van het landschap van advisering. De verschillende fases in de ontwikkeling van de adviesorganen gedurende die eeuw worden in dit deel, dat is geschreven door Paul den Hoed, behandeld. De geschiedenis van de wrr wordt ge- schreven tegen die achtergrond. In het tweede deel wordt door Anne-Greet Keizer ingegaan op zusterinstellingen van de wrr in andere landen en hoe die zich hebben ontwikkeld tegen de achter- grond van de institutionele context van die landen. Het derde deel dat is geschreven door ondergetekende en Anton Hemerijck reflecteert op de betekenis van beleidsle- ren als dienst aan de democratie.
The Politics of Welfare Reform in Continental Europe
The core question is straightforward: is the Bismarckian or, if you wish, the Conservative, or Continental welfare model being undone? Where is it heading? The answers I have managed to distill from my reading are less straightforward. In an attempt to arrive at some kind of clarity, I am tempted to conclude the following: one, the glass seems only half full (or half empty if you prefer); two, there is a striking degree of convergence in the Bismarckian nations’ adaptation profiles; three, and rather paradoxically, almost all nations’ reform endeavors look rather incoherent. They are moving in a similar direction, but whereto? Is it just the same old model in new packaging? Are they forging a new, hitherto undefined, model? Are they closing in on either the Liberal or Social Democratic alternative? Or will they emerge as hybrids? In order to assess where the Bismarckian model is heading we obviously also need to keep in mind that its regime-competitors are in the midst of transformation, too.
Polderen maakte Nederland welvarend, maar inmiddels is het best een ouderwets model
Polderen maakte Nederland welvarend. Maar inmiddels is het best een ouderwets model: waar zijn de milieuvraagstukken, waar is Europa? Voordat we ermee doorgaan moet al dat overleg eerst maar eens herijkt worden.
Job Growth, Welfare Reform and Corporatism in the Netherlands
A discussion of the Netherlands' remarkable transformation of its social policy from 1984, when the crisis-ridden system swallowed up a staggering 21 percent of gross domestic product, to its dramatic turnaround in the mid-1990s. Today the Netherlands stands out in continental Europe for combining strong growth and low unemployment without abandoning the welfare state. This achievement was no grand reform but a series of gradual adjustments: the minimum wage was reduced to 66 percent of the average wage from 80 percent, welfare eligibility criteria were tightened to minimize abuse, and benefits were slightly cut. The government also liberalized labor laws to expand part-time work, especially for women. While wage inequality rose somewhat, it remained far less than in Britain or the United States. Altogether, these steps reduced social spending to 16 percent of GDP in 1997. The authors also address the unique Dutch approach toward decision-making among business, labor, and government, as well as the political consequences of this policy transformation.
Labour Participation and Unemployment; A Comparison of Developments and Institutions in Germany and The Netherlands
The present volume investigates the institutional structure of the Netherlands and the Federal Republic of Germany as this affects the labour market situation. Among the countries of Europe, these two nations are undergoing particularly dynamic developments. Following changes in the balance of power in Parliament, a new government has taken office in the Netherlands. In Germany radical reforms of the labour market have been discussed and a start made on them. For these reasons it is worth looking closely at the institutional framework of the labour market and the economy in general in both countries. The Netherlands and the Federal Republic also lend themselves particularly well to comparison for other reasons: they are not just neighbours but many of their regulations have much in common. At the same time there are important characteristic differences,in which respect the question arises as to whether these are able to explain the major discrepancies that have characterised the development of the labour market in recent years. Can the fact that the Netherlands has achieved virtually full employment in recent years while unemployment once again exceeded the four million mark in the Federal Republic in the summer 2002 be explained in terms of the structure of the central institutions of the economy? This is the key analytical issue addressed by this volume.
How Welfare States Care. Culture, Gender and Parenting in Europe
European governments are bidding farewell to the once-popular ideal of the male breadwinner model. Except for Scandinavia, this model has sat firmly in the welfare state saddle since the Second World War. But in the new millennium, the governments of Europe no longer expect women to be full-time mothers. In Europe, the icon of the happy house- wife is fading. The European Union (eu) welfare states fully commit- ted themselves to working women as part of the 2000 Lisbon Strategy, the eu’s framework for action. If more women worked, this would con- tribute to the European aspirations of becoming ‘the most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world’, while at the same time having ‘sustainable, active and dynamic welfare states’. This has been underlined by the Kok Report, which assessed the 2000 Lisbon strategy. The report states that if Europe wants to show its social face, the focus should be on economic growth and employment
Het hervormingsmoeras van de verzorgingsstaat. Veranderingen in de organisatie van de sociale zekerheid.
Rond 1980 was de sociale zekerheid grotendeels een gezamenlijke verantwoor- delijkheid van vakbonden, werkgeversorganisaties en de overheid, waarbij de eerste twee een dikke vinger in de pap hadden bij de uitvoering. Te- genwoordig is de uitvoering van de sociale zekerheid nog louter een zaak van de overheid, hoewel enkele onderdelen (in het bijzonder de Ziektewet) zijn geprivatiseerd en overgedragen aan individuele werkgevers. Op het gebied van de arbeidsvoorziening heeft de overheid zich juist steeds ver- der teruggetrokken. Tot begin jaren negentig ging het om een overheids- verantwoordelijkheid, daarna werden de sociale partners er bij betrokken, maar inmiddels zijn de taken opgedeeld tussen de overheid (gemeenten en UWV) enerzijds en tal van commerciële re-integratiebureaus anderzijds. In dit boek brengen we de veranderingen in de uitvoeringsorganisatie en verantwoordelijkheidsverdeling sinds 1980 in kaart en trachten te verklaren waarom de veranderingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen.
Het gezicht van de publieke zaak. Openbaar bestuur onder ogen. Onderdeel van de serie Verkenningen van de WRR
Het openbaar bestuur heeft de afgelopen jaren een steeds prominentere plaats gekregen in het politieke en wetenschappelijke debat. Was die discussie aanvankelijk nog beperkt tot kringen van bestuurskundigen, in betrekkelijk korte tijd is het een onderwerp geworden waarover door vele commentatoren wordt gepubliceerd. Uiteraard laten ook diverse adviesorganen, de wrr incluis, zich niet onbetuigd. De Raad heeft de afgelopen tien jaar al eerder aan de toekomst van het openbaar bestuur aandacht besteed. Te denken valt aan Lerende overheid (2006), Bewijzen van goede dienstverlening (2004) en Het borgen van publiek belang (2000).